De werking van de huidige motoren is dus gebaseerd op de verbranding van brandstof. Alle brandstoffen die vandaag in ons land gebruikt worden, zijn gebaseerd op koolstof (C) en waterstof (H).
Wanneer we ze verbranden (Chemisch betekent verbranden ‘verbinden met zuurstof’, meestal bij verhoogde temperatuur, waarbij energie vrijkomt (onder de vorm van warmte). Zonder zuurstof is verbranding
onmogelijk; kijk maar wat er gebeurt als men een glas over een brandende kaars zet. Na een tijd dooft de kaars, als alle zuurstof in het glas is opgebrand)
krijgen we de volgende reactie:
HC + O2 => CO2 + H2O
Deze reactie is de ideale verbrandingsreactie: een perfecte
verbrandingsmotor zou enkel CO2 en water (H2O)
produceren. Water is volstrekt onschadelijk. CO2 is niet
schadelijk voor mens of dier, maar is wel een broeikasgas
en draagt dus bij aan de opwarming van de aarde.
Het reduceren van de CO2-uitstoot is een complex probleem,
dat in deze brochure niet in detail aan bod zal
komen. Meer informatie over CO2, het broeikaseffect
en de maatregelen die de automobielindustrie neemt
om de CO2-uitstoot te verminderen, is te vinden in de
FEBIAC-themabrochure over CO2 (januari 2007).
Hoe beter het verbrandingsproces, hoe meer brandstof
volgens de ideale reactie verbrandt. In de realiteit
treden nog tal van andere reacties op, waarbij allerlei
gassen en stoffen vrijkomen:
SO2 (zwaveldioxide): in de brandstof zijn kleine
hoeveelheden zwavel aanwezig. Die zwavel reageert
ook met zuurstof en vormt SO2. Te hoge concentraties
SO2 veroorzaken luchtwegeninfecties, verergeren
hartaandoeningen en dragen bij aan de vorming van
zure regen. De kwaliteit van de brandstof is hier een
bepalende factor. Het MIRA-T (MIRA-T is het jaarlijkse milieurapport van de Vlaamse Milieumaatschappij (www.milieurapport.be)) rapport becijferde
dat, dankzij de invoering van zwavelarme brandstoffen,
de SO2-uitstoot van transport in Vlaanderen
tussen 1995 en 2005 gedaald is met 85%.
NOX (stikstofoxiden): de zuurstof die gebruikt wordt
voor de verbranding komt uit de lucht. De lucht
bevat ook stikstof (N2) en bij hoge temperaturen
(zoals in een verbrandingsmotor) reageert die stikstof
met zuurstof in de lucht en vormt NOx. Te hoge
NOx-concentraties leiden tot aandoeningen van de
luchtwegen en dragen bij aan vorming van ozon
en zure regen, en in beperkte mate aan het broeikaseffect.
Transport was in 2006 verantwoordelijk
voor 49% van de NOx-uitstoot in Vlaanderen.
CO (koolstofmonoxide): wanneer onvoldoende
zuurstof aanwezig is bij de verbranding, wordt CO
in plaats van CO2 gevormd. CO is giftig voor de
mens, en kan bij voldoende hoge concentraties
leiden tot gezondheidsproblemen. Volgens MIRA-T
veroorzaakte transport in 2006 32% van de totale
CO-uitstoot in Vlaanderen.
HC (koolwaterstoffen): te weinig zuurstof, temperatuur
of tijd kunnen ertoe leiden dat een deel van
de brandstof niet of onvolledig verbrand wordt. Dan
blijven resten van koolwaterstofverbindingen achter
in de uitlaatgassen (in gasvorm). Afhankelijk van de
stof en de concentratie kunnen koolwaterstoffen
een effect hebben op de volksgezondheid, maar ook
bijdragen aan ozonvorming of het broeikaseffect.
Het transport zorgde in 2006 voor 17% van de uitstoot
van koolwaterstoffen in Vlaanderen.
PM (fijn stof): onverbrande of onvolledig verbrande
brandstofresten of vervuilingen die in de brandstof
zaten, kunnen ook vast of vloeibaar zijn. Deze vormen
het zogenaamde fijn stof. Hoge concentraties
fijn stof in de lucht stimuleren infecties en aandoeningen
van de luchtwegen, en kunnen leiden tot
kanker. Ook hier is de kwaliteit van de brandstof
bepalend in de beperking van de PM-emissies door
auto's. MIRA-T berekende dat het transport goed
is voor 25% van de PM10-emissies (Om het gezondheidseffect van fijn stof te bepalen, is de grootte van de deeltjes van belang. Daarom spreekt men vaak van PM10 of PM2,5. Het getal slaat op de deeltjesgrootte in
micrometer (1/1000 mm)) in Vlaanderen.
Fijn stof is een complexe problematiek, niet enkel
bepaald door de emissies in eigen land, maar ook
door het weer en buitenlandse emissies. Zo zou
ongeveer 85% van het fijn stof in onze lucht te
wijten zijn aan buitenlandse factoren.
Aangezien al deze gassen en stoffen ontstaan uit ongewenste reacties, is het verbeteren van het verbrandingsproces,
opdat zoveel mogelijk brandstof volgens de ideale reactie verbrand wordt, een efficiënte manier om hun
emissies te verminderen. Niet alleen ontstaan minder ongewenste stoffen, er komt ook meer energie vrij om de
motor aan te drijven, zodat minder brandstof verbruikt wordt om hetzelfde vermogen te behalen.