De laatste maanden kan men er moeilijk naast kijken: de elektrificatie maakt opnieuw opmars in de automobielsector. We hoeven maar naar de salons van Detroit of Genève te kijken, om te zien dat nieuwe prototypes steeds meer elektrisch gestuurde componenten bevatten, en dat de elektrische aandrijving, die een tijdje uit het zicht verdwenen was, nu weer helemaal terug is.
Goed nieuws voor het milieu, dus. Elektrische auto’s
hebben immers geen uitlaatemissies, en ook well-to-
wheel doen ze het een pak beter dan de klassieke
verbrandingsmotoren. Bovendien maken ze bijzonder
weinig lawaai, en zijn ze zeer energiezuinig. Een elektrisch voertuig haalt rendementen van 1,76 MJ/km
well-to-wheel (op basis van de Belgische elektriciteitsmix), tegenover zo’n 2,62MJ/km voor klassieke benzinemotoren (1). Dit cijfer verbetert sterk naarmate meer
hernieuwbare energie gebruikt wordt.
Waarom deze technologie, die duidelijke voordelen
biedt, nog niet op grote schaal werd gecommercialiseerd, is u ongetwijfeld bekend. Met de oude
generatie batterijen hadden elektrische voertuigen
een zeer beperkte actieradius (van de orde van enkele
tientallen kilometers), en daarbovenop extreem lange
herlaadtijden (meerdere uren). Dankzij ontwikkelingen
in lithium-ion en lithium polymeer batterijen, maken
producenten van elektrische voertuigen zich nu sterk
dat ze meer dan 150 km actieradius kunnen bieden, en
met de juiste hoog-voltage laadinfrastructuur kunnen
herlaadtijden bekomen worden van 30 à 45 minuten.
Ook de levensduur van de batterijen verlengt, en in
sommige modellen evenaart deze al de levensduur van
de loodstartbatterijen in klassieke voertuigen. Geen
geringe prestatie gezien het grote aantal gebruikscycli.
Naast ontwikkeling van nieuwe batterijtechnologie,
werden ook andere pistes onderzocht om de voordelen
van elektrische aandrijving te gebruiken. Microhybrides
hebben een volledig klassieke verbrandingsmotor, maar
gebruiken de technologie van de elektromotor om
remenergie terug te winnen als elektriciteit, die gebruikt
wordt om boordapparatuur aan te drijven. Hybride
wagens combineren een elektrische motor met een
verbrandingsmotor, zodat de energie-efficiëntie van de
ene wordt gecomplementeerd door de actieradius en
snelle tankeigenschappen van de andere.
Nog een stap dichter naar het batterijelektrisch voertuig liggen de zogenaamde plug-in hybrides, hybride
voertuigen met een uitgebreide batterijcapaciteit
en de mogelijkheid om deze op te laden aan een
stopcontact. Zo krijgen deze voertuigen een volledig
elektrische actieradius (typisch een 50-tal kilometer),
en daarna rijden ze verder als zuinige hybridewagens.
Ook brandstofcelvoertuigen gebruiken elektrische
motoren, waarbij de brandstofcel in het voertuig zelf
elektriciteit produceert uit waterstof om de motor
aan te drijven.
Elektrische aangedreven wagens zijn een van de
wegen die ons hoop bieden op een toekomst van
individueel transport met een geringe impact op
mens en milieu. Toch moeten we ook hier, net als bij
alle andere alternatieven die de automobielindustrie
in de voorbije jaren ontwikkeld heeft, rekenen op de
overheid om van dit product een succes te maken.
Elektrische wagens zijn, op dit moment, dure producten met een technologie die zich in de ogen van
de mensen nog niet bewezen heeft. Er is dus ondersteuning nodig, zowel van de voertuigen, maar ook
van industrie en onderzoek en ontwikkeling in ons
land. Daarnaast moet ook worden gezorgd voor de
nodige infrastructuur, die kan garanderen dat deze
wagens optimaal kunnen worden gebruikt.
Het aankoopprijsverschil dat de burger moet betalen voor
een elektrische wagen is significant, vaak van de orde van
meerdere duizenden euros. Wil men de potentiële koper
over de streep trekken, dan zullen overtuigende subsidies
van groot belang zijn. Ook het aanbieden van infrastructurele voordelen, zoals toegang tot busstroken en
gereserveerde parkeerplaatsen kan een belangrijke
incentive vormen, zeker voor gebruikers in stedelijk
milieu, waar de elektrische wagen op zijn best is.
Een gunstig investeringsklimaat voor industrie en
onderzoek en ontwikkelingsactiviteit kunnen ons
land op de kaart brengen als een van de voorvechters
van elektrische voertuigen. Met onze centrale ligging
zowel geografisch als politiek in Europa, is België
uitermate geschikt om een dergelijke rol te spelen.
Wil ons land een significant aantal elektrische voertuigen op haar wegen, dan moet erover gewaakt worden dat de infrastructuur hieraan aangepast is. Het
Belgische elektriciteitsnetwerk moet worden voorzien
op het extra verbruik dat deze voertuigen met zich
mee zullen brengen, met leidingen met voldoende
capaciteit en een voldoende productie van elektriciteit. Bovendien beschikken veel mensen niet over een
garage, waarin zij hun voertuig zouden kunnen opladen. Een voldoende dicht netwerk van oplaadpunten
voorzien, is dus van groot belang.
We willen ook niet nalaten erop te wijzen dat naast
het opkomende gamma elektrische personenwagens
en lichte bedrijfsvoertuigen, ook het aanbod elektrische tweewielers niet mag worden vergeten. Ook
deze voertuigen hebben een belangrijke rol te spelen
in de mobiliteit van de toekomst.
Toch willen we ook vragen om niet te vergeten dat elektrische auto’s slechts een deel van de toekomst vormen.
Gezien de grote aanpassingen nodig in elektriciteitsproductie en distributie, is het weinig waarschijnlijk
dat op korte termijn het grootste deel van ons
wagenpark zal kunnen omschakelen naar elektrische
aandrijving. Het is daarom van het grootste belang
dat ook de andere alternatieven, zoals aardgas en
biobrandstoffen, en de klassieke verbrandingsmotoren (die steeds schoner worden) verder ontwikkeld en
ondersteund worden.
Elektrische voertuigen worden langzaamaan wereldwijd beschikbaar. Wil ons land ook de vruchten plukken
van deze schone, energie-efficiënte technologie, dan
wordt het hoog tijd dat werk wordt gemaakt van een
ondersteunend kader, dat de Belgische markt aantrekkelijk maakt voor de verkoop van deze voertuigen. Een
milieuvriendelijk alternatief voor individueel wegtransport zal onze beloning zijn.
(1) Milieuvriendelijke Voertuigen, Edition:Vlaams Wetenschappelijk Economisch Congres, 19-20 October 2006, Brussels, Belgium, 2006, Joeri Van Mierlo,
Jean-Marc Timmermans, Julien Matheys, Peter Van Den Bossche